Kéita Verloskundige Praktijk

Dorpstraat 33 

2712 AB Zoetermeer

Tel. 06 - 525 20 705

Fax 079- 321 71 73

Email: info@keita.nl

Verloskundigen Praktijk Zoetermeer

 Kéita

© 2007 Kéita Verloskundigen Praktijk

Voorkomende klachten Controle's Regelen Home De Praktijk Kinderwensspreekuur Zwangerschap Echoscopie Bevalling Lactatiekundige Kraambed Kinderhomeopathie Voorlichtingsavonden Links Enquete

Vanaf 7-8 weken zwangerschap zien we je voor het eerst op controle. Deze eerste controle duurt ongeveer 45 minuten. We zullen je de nodige vragen stellen, die voor ons van belang zijn om je tijdens je zwangerschap zo goed mogelijk te begeleiden. De eerste controle is vooral administratief. Je krijgt een tasje mee met allerlei folders en tijdschriften. Tevens krijg je een laboratorium formulier mee.

 

Het eerste bloedonderzoek laten we in het 't Lange Land Ziekenhuis doen. Je kunt daar iedere dag tussen 8.00 en 16.00 uur terecht.

 

Ook krijgt je een formulier mee om een termijnecho te laten maken. Dit gebeurd in onze eigen praktijk.

 

Tijdens de zwangerschap kom je regelmatig bij ons op controle:

- tot de 20 ste week om de 5 weken

- tot de 28 ste week om de 4 weken

- tot de 32 ste week om de 3 weken

- tot de 36 ste week om de 2 weken

- tot aan de bevalling iedere week

 

Bij iedere controle vragen we hoe het met jou en je partner gaat. Ook meten we iedere controle de bloeddruk, -onderzoeken we hoe hoog de baarmoeder staat en zo nodig de ligging van de baby.

 

Vanaf de 24ste week controleren we de urine op eiwit en suiker.

                             

Bloedonderzoek

Bij de eerste controle krijg je van ons een formulier mee om bloed te laten prikken. Dit onderzoek wordt gedaan om ziekten bij je baby te voorkomen. Als het onderzoek uitwijst dat de baby kans heeft om ziek te worden, is het vaak mogelijk om je te behandelen, zodat de baby zoveel mogelijk wordt beschermd. De bloeduitslagen worden naar ons toegestuurd. Als er een afwijkende uitslag bij zit, zullen we je hiervan meteen op de hoogte stellen. Als de uitslagen goed zijn, krijg je deze bij de eerstvolgende afspraak.

 

Bij het onderzoek wordt uw bloed onderzocht op:

 

+ De bloedgroep

+ De rhesus-D-factor

+ Een aantal antistoffen tegen de rode bloedcel

+ Een geslachtsziekte (lues)

+ Een leverziekte (hepatitis B)

+ HIV

+ ijzergehalte

+ Het suikergehalte   

                                                                                                                                                                

Bloedgroep

Er zijn vier verschillende bloedgroepen, namelijk A, B, AB en O.

 

Rhesus-D-factor

De rhesus-D-factor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Heb je deze stof in je bloed bent rhesus positief. Is deze stof afwezig bent je rhesus negatief. Dit is niets bijzonders.

Een rhesus-D negatieve zwangere heeft extra aandacht nodig om te voorkomen dat er complicaties ontstaan bij een rhesus-baby. Tijdens de

zwangerschap is er een kleine kans dat er bloed van de baby in de moederlijke bloedbaan terecht komt. Bij de geboorte is deze kans zelfs groot. Komt er nu bloed van een rhesus-positieve baby in de bloedbaan van een rhesus-negatieve moeder, dan kan de moeder afweerstoffen aanmaken tegen het bloed van de baby. Deze antistoffen kunnen via de navelstreng het bloed bereiken en afbreken, waardoor deze of een volgende baby bloedarmoede krijgt. Het is dus belangrijk om je rhesus-D-factor vast te stellen. Bent je rhesus negatief, dan wordt je in de week 30 nogmaals onderzocht op eventuele rhesus-antistoffen. Je krijgt daarna een injectie met anti-Rhesus-D-immunoglobuline. Deze injectie krijgt je alleen als je nog niet eerder bent bevallen van een levend kind. De injectie zorgt ervoor dat de kans nog kleiner wordt dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De injectie is niet gevaarlijk voor de baby en je wordt er zelf ook niet ziek van.Na de bevalling wordt, bij de rhesus-D-negatieve vrouw, navelstrengbloed afgenomen. Uit dat bloed wordt de bloedgroep van de baby bepaald. Blijkt dat de baby ook rhesus-D-negatief is, is er niets aan de hand. Blijkt de baby Rhesus-D-positief te zijn, krijg je weer zo’n zelfde injectie die je ook in week 30 van de zwangerschap hebt gekregen. Dit gebeurt binnen 48 uur na de geboorte. Door deze injectie maakt het lichaam geen antistoffen, wat weer gunstig is voor een eventuele volgende baby.

 

Andere antistoffen tegen de rode bloedcel

Naast Rhesus-D-negatieve antistoffen kunnen er ook nog andere antistoffen aanwezig zijn in je bloed. Deze kunnen zijn aangemaakt bij een vorige bevalling of na een bloedtransfusie. Voorbeelden hiervan zijn Kell en Duffy, S en vele anderen.

Sommige kunnen complicaties opleveren bij de baby. Ook deze antistoffen kunnen ervoor zorgen dat bloed bij de baby wordt afgebroken. Als deze antistoffen in je bloed worden gevonden zullen we regelmatig in de zwangerschap je bloed controleren.

 

Lues

Lues is een seksueel overdraagbare aandoening die iemand ongemerkt op kan lopen. Vaak zijn er ook geen klachten aanwezig. In het begin van de zwangerschap beschermt de placenta de baby nog. Echter later in de zwangerschap kan de baby ook geïnfecteerd raken. Als uit het bloedonderzoek blijkt dat je lues heeft, kun je worden behandeld met een antibioticakuur.

 

Hepatitis B

Hepatitis B is een ziekte waarbij een infectie van de lever optreedt door het hepatitis B virus.

Na de infectie blijft een deel van de mensen het virus bij zich dragen. Deze dragers kunnen andere mensen besmetten. Tijdens de zwangerschap kan de baby er geen schade aan ondervinden, maar tijdens de geboorte kan de baby in aanraking komen met het virus en geïnfecteerd raken. Als je geïnfecteerd bent met het hepatitis B-virus, krijgt de baby direct na de geboorte hepatitis B-immunoglobuline en een hepatitis B-vaccinatie. Deze vaccinatie zal de baby ook 2, 4 en 11 maanden na de geboorte krijgen. Tevens zal je partner en eventuele andere kinderen worden gevaccineerd.

 

HIV

HIV is het virus dat aids veroorzaakt. Je kunt besmet raken met het HIV-virus door onveilig met iemand te vrijen die besmet is, of als besmet bloed rechtstreeks in je bloedbaan terecht komt. Als je besmet bent met het HIV, kan dit virus de baby bereiken tijdens de zwangerschap of tijdens de bevalling via het bloed. De baby kan ook na de bevalling besmet raken door het geven van borstvoeding. Door op tijd te beginnen met het slikken van medicijnen, kan de besmetting naar de baby worden verkleind. Ook door de baby geboren te laten worden door middel van een keizersnede en het niet geven van borstvoeding, wordt de kans verkleind.

 

IJzer

Tijdens de het eerste bloedonderzoek controleren we ook je ijzergehalte. Wanneer je ijzergehalte aan de lage kant is, kunt je je vermoeid voelen. Je zult van ons dan ijzermedicatie voorgeschreven krijgen. Soms zullen we je vragen nogmaals bloed te prikken. Mensen die uit het gebied rond de Middellandse Zee of Afrika vandaan komen, kunnen een andere samenstelling van de rode bloedcel hebben, of kunnen de rode bloedcellen anders van vorm zijn. Je hebt hier zelf geen last van, maar in het belang van de baby willen we dit graag verder onderzoeken.

 

Suiker

We bepalen ook het suikergehalte in je bloed. Wanneer je suikergehalte wat aan de hoge kant is, zullen we je vragen om een dagcurve te prikken. We bekijken dan hoe de suikerspiegel over de hele dag verloopt. Mochten de suikers aan de hoge kant zijn, kunnen we je naar een diëtist verwijzen voor een suikervrij dieet. Te hoge suikers bij de moeder, kunnen ook hoge suikers bij de baby geven. Deze kan dan problemen na de geboorte krijgen, omdat dan de toevoer van suiker is gestopt.