Echoscopie

Bij echografisch onderzoek wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven met een hoge frequentie (ultrageluid). Inwendige organen weerkaatsen dit geluid. Het terugkerende geluid (echo) wordt opgevangen met behulp van een microfoon (transducer). Een computer zet de geluidsgolven om in beelden op een tv-scherm. Hierdoor wordt de baarmoeder met het zich ontwikkelende kind zichtbaar. De echo kan via de buik of vaginaal worden verricht, afhankelijk van de zwangerschapsduur.

Het onderzoek is niet pijnlijk. Soms wordt met de microfoon van het echo-apparaat enige druk op de buik uitgeoefend. Wanneer je een volle blaas hebt kan dit onaangenaam zijn. Het onderzoek is pijnloos en maakt de vrucht zichtbaar zonder de gevaren van röntgenstralen. De techniek wordt al tientallen jaren toegepast in de medische diagnostiek. In die periode is altijd wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het effect van echoscopisch onderzoek op het ongeboren kind. Tot nu toe zijn er geen negatieve invloeden ontdekt. Echografie kan ook geen miskraam veroorzaken. Ook bij vaginaal bloedverlies kan het onderzoek geen kwaad.

De echo’s worden uitgevoerd door Lisette van der Does en Jacqueline Zuiderwijk, Maureen de Vries-Hoekstra en Nancy Hospes-Clijnk.